woensdag 1 april 2009 –
Het Preventiekompas slaat aan. Inmiddels gebruikt een dertigtal bedrijven en instellingen het als onderdeel van hun gezondheidsmanagement. Voor 2009 verwacht NIPED 50.000 deelnemers aan het Preventiekompas. NIPED-directeur Coen van Kalken: ‘Elke risicofactor voor de gezondheid leidt gemiddeld tot zo’n twee procent productieverlies.’ Ervaringen van Atradius en IBM bevestigen dit desgevraagd.
Coen van Kalken heeft een behoorlijke omslag gemaakt. Van huis uit is hij specialist op gebied van uitgezaaide vormen van kanker. Hij heeft meegewerkt aan experimentele behandelingen die honderdduizenden euro’s kosten. Spannend, nuttig, maar af en toe ook frustrerend. “Je behandelt patiënten van wie je weet dat al die draconische medicatie niet nodig was geweest als je er eerder bij was geweest. Ik had soms het idee dat ik achter de feiten aanliep.”
Dus maakte Van Kalken de omslag van experimenteel kankeronderzoek naar de vroegdiagnostiek. Van medicamenten naar preventie. In plaats van doodzieke patiënten genezen voorkomen dat gezonde mensen onnodig ziek worden. Van Kalken is directeur van Niped, kennisinstituut voor onderzoek op het gebied van preventie en vroegdiagnostiek. Hij is ook de geestelijk vader van het Preventiekompas, een laagdrempelig periodiek gezondheidsonderzoek gebaseerd op wetenschappelijk algoritmes voor vroegdetectie van ziektes en gezondheidsrisico’s. Met het Preventiekompas kunnen de belangrijkste medische of psychische problemen tijdig worden opgespoord, het maakt mensen bewust van hun gezondheid en zet bewezen aan tot een gezondere levensstijl. Het kompas bestaat uit een uitgebreide on-line vragenlijst over de eigen gezondheid, erfelijke ziektes en levensstijl en test o.a. bloeddruk, urine en bloed. Er wordt onder meer gekeken of er verhoogde kans is op welvaartsziekten als diabetes en hart- en vaatziekten, maar ook of er psychische problemen zijn en of de levensstijl gezond is.
Op alle onderdelen wordt aangegeven of de persoon die het kompas invult ‘op koers ligt’ of dat er gezondheidsrisico’s zijn. Het kompas gaat dan op oranje of rood. Van Kalken: “Het Kompas doet allerlei tests die tot nu toe vaak apart gebeuren in één keer. Je krijgt als deelnemer direct een goede indruk hoe het met je algemene gezondheid is gesteld. We komen niet met abstracte percentages aanzetten of de kans op een bepaalde ziekte 4,1 of 8,3 procent is, maar geven aan of de gezondheid op of van koers is. Het algoritme doet wel aanbevelingen voor eventuele vervolgonderzoeken of op het lijf geschreven acties als de test daar aanleiding toegeeft. Dat kan dan om een bepaalde aandoening gaan, maar ook een advies om op een bij die persoon passende manier meer te bewegen, of anders te eten.”
Vroegdiagnostiek is uit de Verenigde Staten overgewaaid. Daar heeft het vrij extreme vormen aangenomen. Gezonde mensen worden onder de CT-scan gelegd of gericht op ziektes onderzocht, zonder dat daar aanleiding voor is. “Die kant willen wij niet op,” zegt Van Kalken. “Je doet volgens mij meer kwaad dan goed als je gezonde mensen in het wilde weg op ziektes gaat testen. Het moet wel zinvol zijn. Aanvankelijk hadden wij standaard een longfunctietest in het Preventiekompas. Tijdens het ontwikkeltraject ontdekten we dat die nauwelijks toegevoegde waarde had voor bepaalde groepen. Dus die is uit de basisversie gehaald. Wij willen mensen helpen gezond te leven, niet bang maken.”
Het Preventiekompas slaat aan. Inmiddels gebruikt een dertigtal bekende bedrijven en particuliere collectieven het om de gezondheid van het personeel of de aangesloten leden “op koers” te brengen of te houden. Gezondheidsmanagement heet het. Voor 2009 verwacht Niped 50.000 deelnemers aan het Preventiekompas. Dat bedrijven baat hebben bij gezond personeel spreekt voor zich. Gezondheid is zelfs kwantificeerbaar. Van Kalken: “Elke risicofactor voor de gezondheid leidt gemiddeld tot zo’n twee procent productieverlies. Hoe meer risicofactoren je positief beïnvloedt, hoe productiever het personeel blijft. Veel voorkomende aandoeningen als depressie of burn-out kun je met het Preventiekompas tijdig ontdekken, zodat mensen vaak zelf nog kunnen bijsturen. Een benadering die meer oplevert dan dat ‘ie kost. Dan zou je toch gek zijn als je van die mogelijkheid geen gebruik maakt.”
Bedrijven die zich bemoeien met de gezondheid van hun werknemers was lange tijd ‘not done’. Alleen als er sprake was van verhoogde risico’s vanwege bepaalde werkomstandigheden werd er (preventief) onderzoek gedaan. Inmiddels is er sprake van een cultuuromslag, merkt Van Kalken. De belangstelling voor het preventief gezondheidsonderzoek bij bedrijven is groot. Dat daarmee de privacy van werknemers onder druk staat, ontkent hij. “Deelname aan het Preventiekompas is altijd op vrijwillige basis, de werkgever faciliteert”. Bovendien krijgt alleen de werknemer zelf de uitslag te zien. Eventueel ook de bedrijfsarts of leden van het sociaal medisch team, als daar afspraken over worden gemaakt. Het bedrijf ziet alleen de uitslag voor het totale personeelsbestand, en dan is nog is er de voorwaarde dat er meer dan 100 werknemers zijn. Zo’n globaal beeld is ook voldoende als je wilt weten hoe gezond je personeel is en waar verbeteringen mogelijk zijn. De individuele werknemer is niet verplicht om iets te doen met de uitslagen van zijn eigen onderzoek. Het is ook niet zo dat de uitslag van de test een verrassing is voor de deelnemer. Ruim negentig procent van de mensen die aan het Preventiekompas meedoen, herkent zich in de uitslag. Het idee is ook dat mensen zichzelf helpen. Dit concept klopt.”
De voordelen van preventief gezondheidsonderzoek zijn volgens Van Kalken zo duidelijk dat eigenlijk geen enkel bedrijf zich kan permitteren om het onderwerp te laten liggen. “In de maatschappij leeft het brede besef dat we in plaats van ziekenzorg naar gezondheidszorg moeten als we de zorg betaalbaar willen houden. Op kleinere schaal geldt hetzelfde voor bedrijven. Waarom je medewerkers ziek laten worden als je ze kunt helpen gezond te blijven?”
Een van de bedrijven die het Preventiekompas gebruikt voor gezondheidsonderzoek is kredietbeoordelaar Atradius. Het Preventiekompas maakt er deel uit van een geïntegreerd gezondheidsbeleid dat twee jaar geleden is ingezet. “We wilden van reactief beleid naar preventief beleid,” verklaart HR-directeur Michael Vrancken. De verhuizing naar een nieuw bedrijfspand was een mooie aanleiding om het nieuwe beleid in de steigers te zetten. “We kregen een modern pand, ingericht door een ergonoom en een werkplekdeskundige, met een praktijkruimte voor de fysiotherapeut. Bij de catering hebben we werk gemaakt van een breed aanbod van gezonde voeding. Dus was het logisch dat we ook aandacht besteedden aan andere gezondheidsaspecten van onze medewerkers.”
Via arbodienst ABN Amro Arbo Services kwam Atradius in aanraking met Niped. Vrancken: “De integrale aanpak van het Preventiekompas spreekt ons aan. Het is niet gericht op bepaalde ziektes, maar op levensstijl en andere gezondheidsaspecten.” Atradius heeft vorig jaar aan alle medewerkers boven de 35 jaar het Preventiekompas aan geboden. Deelname was op vrijwillige basis. De respons was verrassend hoog; driekwart van de medewerkers deed mee. De bedoeling is dat alle 600 medewerkers van Atradius elke twee jaar een test doen.
“We hebben het eerst goed doorgesproken met onze arbodienst, de ondernemingsraad en ons gezondheidscentrum. Aanvankelijk was er enige scepsis, niet alleen bij de gewone medewerkers. Onze Raad van Bestuur deed ook mee, om het goede voorbeeld te geven. Daar zitten allemaal buitenlanders in, die nogal verbaasd waren dat ze hieraan moesten meedoen. Maar na afloop waren ze heel positief, zoals bijna iedereen. Toen de eerste mensen eenmaal de test hadden gedaan, waren de reacties zo enthousiast dat er veel meer aanmeldingen kwamen.”
Ook Vrancken zelf is enthousiast. Hij heeft als personeelsmanager een veel beter inzicht gekregen in de gezondheid van zijn medewerkers. “Sommige dingen komen niet als een verrassing. Veel medewerkers mensen doen zittend werk, dus dan kun je verwachten dat mensen te weinig bewegen of last hebben van armen of rug. Wat voor mij als een aangename verrassing kwam, was de lage score op gebied van stress. Het is prettig om te merken dat je medewerkers lekker in hun vel zitten.”
Het ziekteverzuim bij Atradius is de laatste twee jaar gedaald van 4,2 tot 4,3 naar 2,8 tot 3,1 procent. “Dat kun je niet alleen toeschrijven aan het Preventiekompas. Het gaat om de integrale aanpak. Maar voor mij is dit wel het bewijs dat deze aanpak, ook letterlijk, werkt. Eén procent lager ziekteverzuim levert ons zo’n vier ton per jaar op. Dat maakt investeren in de gezondheid van personeel ook bedrijfseconomisch een verstandige keuze. Bovendien kun je je ermee onderscheiden op de arbeidsmarkt. Ik heb gemerkt dat medewerkers het waarderen als je tijd en geld vrijmaakt om te investeren in hun gezondheid.”
Met de bedrijfsarts heeft Vrancken afgesproken dat medewerkers die door de gezondheidstest worden aangemaand tot vervolgonderzoek of andere actie, dat bespreken met de bedrijfsarts. Ruim vijftig mensen hebben zich gemeld. Eventueel vervolgonderzoek is op rekening van Atradius, dat ook overweegt om het personeel een gratis fitnessabonnement te verstrekken. Twee medewerkers zijn naar aanleiding van het onderzoek naar een andere functie gegaan. De verzekeraar vergoedt het kompas niet, maar biedt werknemers wel extra opties in het verzekeringspakket. “Veel verder dan dit kunnen en mogen we niet gaan. We proberen in het bedrijf de sfeer en condities te creëren dat mensen voor een gezondere levensstijl kiezen. Alles op basis van vrijwilligheid: de deelname aan het Preventiekompas, het in de praktijk brengen van aanbevelingen. We kunnen mensen niet dwingen. Het is ieders eigen verantwoordelijkheid. Maar als mensen helemaal niets doen met gezondheidsproblemen en het werk lijdt eronder, dan worden ze vroeg of laat vanzelf met de consequenties van hun gedrag geconfronteerd.”
Medewerkers van IBM Nederland kunnen van 7 tot 20 uur uur gebruikmaken van een eigen fitnessruimte. Er is de mogelijkheid tot Zen-meditatie en een programma voor ‘persoonlijke balans’. Sinds kort behoort ook bij IBM het Preventiekompas tot het gezondheidsbeleid. Logisch, vinden hoofd arbodienst Sybrand van der Meulen en bedrijfsarts Rob Koster. “Het Preventiekompas komt bijna 1 op 1 overeen met een plan dat wij tien jaar geleden hadden, ‘Plan for Life’,” aldus zegt Van der Meulen. “Toen hadden we al het idee om aan preventief gezondheidsmanagement te doen, want dat vonden we ontbreken bij de gewone periodieke onderzoeken. Maar het Nederlandse arboklimaat was er toen nog niet rijp voor. Je mocht je niet met je gezondheid van je medewerkers bemoeien. Nu is dat veranderd. Het besef is gekomen dat gezondheid thuis en op het werk hetzelfde is.”
IBM heeft vorig jaar het Preventiekompas ingevoerd. Inmiddels heeft ongeveer eenderde van de 4600 medewerkers het onderzoek gedaan. Van hen heeft ruim tweederde actie ondernomen naar aanleiding van de test. Dat kan een verandering zijn in eet- of beweegpatroon, of een vervolgonderzoek. Van der Meulen vindt de - vrijwillige - deelname wat aan de lage kant, maar dat is volgens hem deels te wijten aan het feit dat mensen er geen tijd voor hadden. “Als je iets als dit doet, moet je goed communiceren waarom je het doet. Dat kan blijkbaar beter. Aan het kompas zelf ligt het niet, daar zijn de deelnemers bijna zonder uitzondering enthousiast over.”
Voor IBM is de inzet van gezondheidsmanagement duidelijk. Gezonde medewerkers betekenen hogere inzetbaarheid en hogere betrouwbaarheid. En dat vertaalt zich uiteindelijk in de bottomline. Maar het is wel een lange termijnaanpak. “Ons ziekteverzuim ligt al jaren rond de 3-3,5 procent,” zegt bedrijfsarts Koster. “Dat is niet veranderd, en dat verwachten we ook niet. Het gaat ons erom hoe goed onze medewerkers zich voelen. We appelleren aan hun eigen verantwoordelijkheidsgevoel. Hoe gezonder en vitaler ze zijn en hoe minder stress ze ervaren, des te prettiger ze zich voelen. Fijn voor henzelf, en fijn voor ons. Want medewerkers die zich goed voelen zijn ook productiever.”
Voorwaarde voor deelname aan het Preventiekompas was bij IBM dat de bedrijfsarts inzicht zou krijgen in de uitslag. Uit een enquête achteraf blijkt dat dat geen reden is geweest om deelname te weigeren. Ook bij IBM worden vervolgprogramma’s of -onderzoeken aangeboden als de uitslagen daar aanleiding toe geven. Koster: “Ook dat is allemaal vrijwillig. We gaan ons niet bemoeien met de levensstijl van medewerkers als ze niet willen. Maar zo wordt het volgens mij ook niet ervaren. Laten we eerlijk zijn, je hebt geen test nodig om te weten welke medewerkers te veel roken of te zwaar zijn. En elk groot bedrijf heeft zijn probleemgevallen, mensen met psychische problemen of drankproblemen. Dat komt altijd een keer naar buiten.”
Koster merkt dat veel mensen het moeilijk vinden om op eigen houtje aan hun gezondheid te werken. Medewerking vanuit het bedrijf, zoals het inschakelen van een preventieconsulent, wordt zeer op prijs gesteld. Koster: “Ik vergelijk gezondheidsmanagement wel eens met pensioen. Hoe eerder je ermee begint, hoe meer plezier je ervan hebt.”
---- hoe werkt het Preventiekompas ---
Het Preventiekompas bestaat uit een softwareprogramma met een uitgebreide vragenlijst over erfelijke aandoeningen, gezondheid en levensstijl. De vragenlijst wordt on-line ingevuld (afgeschermd met gebruikersnaam en wachtwoord) en verwerkt door Niped, dat de uitslagen ook weer on-line zet. Het meten van bloeddruk, andere metingen en het testen van bloed, urine en ontlasting gebeurt bij arbodienst of huisarts, de resultaten gaan naar een laboratorium. Ook de uitslag van die testen gaan on-line terug naar de deelnemer. Inmiddels heeft het Preventiekompas ook een @home-variant: een doos met o.a. een bloeddrukmeter en containers voor urine en feces. De deelnemer hoeft dan alleen nog voor een bloedprik naar de (huis/bedrijfs) arts. Daarvoor is een voucher opgenomen. Deelname aan het Preventiekompas kan vanaf ongeveer 125 euro per deelnemer per jaar. Leidende verzekeraars als Achmea en DeltaLloyd vergoeden structureel een gedeelte van de kosten.